aanmelden

Nicoline van Stapele

Installatie 22 delen in gips, collectie provincie Oost-Vlaanderen, 2005

9000 Gent
Belgiƫ
W: http://www.nicolinevanstapele.com
E:

Verzamelen zit ons in het bloed, wellicht nog een overblijfsel in de genen van toen dat nog levensnoodzakelijk was. Nicoline van Stapele komt tegemoet aan onze drang: zij maakt verzamelingen. Ze creëert vormen die op één of andere wijze bij mekaar horen en doet daar wonderbaarlijke dingen mee. Ze brengt vormen die op mekaar inspelen of mekaar afstoten bijeen en maakt op die manier composities en installaties. De tastbare vormen zijn nogal eens aan de natuur ontleend, haar tekeningen en collages tenderen duidelijk naar het geometrische. Eigenlijk is ze bezig met ruimte zowel in het platte vlak als in de echte ruimte met drie dimensies. Het is de ruimte die zal bepalen hoe een verzameling wordt getoond. Zo is haar werk eigenlijk nooit af. “Werken die in mijn omgeving zijn, zijn erg onderhevig aan verandering”, zegt ze zelf.

Nicoline van Stapele studeerde in 1987 af in de beeldhouwkunst aan de Gentse academie. Ze voegde er een diploma restauratie aan toe in 1989. Het restaureren laat haar toe om te overleven en in alle vrijheid, zonder toegevingen te moeten doen, haar plastisch werk te creëren.
Op het moment dat ze geen atelier vond, schiep ze rubberen wandkleden. Eenvoudig, sober materiaal dat weinig ruimte innam bij haar thuis, maar dat eens geïnstalleerd een grote ruimtelijke impact had. Het is een attitude die duidt op een intelligent en spitsvondig omgaan met beperkingen. Goethe zegde het al: “In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister.”

In Oostende gaf ze les in de beeldhouwklas van de plaatselijke academie en was het haar betrachting om de mensen te leren kijken naar de vormen in de natuur. Ze bracht hiervoor een collectie vetplanten mee en later knoken en wervels allerhande. Dit was, meer nog dan voor haar studenten, voor haarzelf een bron van inspiratie. Wat haar erg aantrekt zijn takken alhoewel ze zich “helemaal geen tuinmens” noemt, is ze gefascineerd door bomen, “vooral takken vind ik onnavolgbaar”, verklaart ze.
Ze vindt het heel erg interessant om bepaalde vormen te bewerken met andere structuren en zo eigenlijk geheel nieuwe en andere vormen en structuren te creëren. Ze is echt wel een werkster met een hoog concentratievermogen, dat is overigens ook bij haar restauratiewerk van wezenlijk belang.
Haar portfolio bewijst een doorgehouden en consequente evolutie. Ook haar vele tekeningen en collages, waarbij ze talloze variaties uitprobeert of naast elkaar zet, getuigen van een standvastigheid die bewondering afdwingt. Ze laten de kunstliefhebber proeven van de quasi oneindigheid van mogelijkheden die de kunstenaar exploreert.

Dat ze met ruimte weet om te gaan, bewijst haar muurinstallatie die door de provincie Oost-Vlaanderen werd aangekocht. Het werk bestond oorspronkelijk uit elf elementen. Het geheel moest op een bepaalde muur in het Provinciaal Administratief Centrum Het Zuid geïnstalleerd worden. In functie daarvan heeft ze het werk verruimd tot tweeëntwintig elementen. Op die manier behoudt het werk zijn oorspronkelijke impact en betekenis. Het lijkt me tekenend voor haar consequente houding en voor haar nauwgezet aanvoelen en interpreteren van een gegeven ruimte. Een installatie is niet gebonden aan bepaalde afmetingen, een installatie moet inspelen op een omgeving en is per definitie variabel in afmetingen en zelfs in aantal elementen.
Weerkerende materialen in haar werk zijn rubber, gips, terracotta en kunststoffen. Voor een kinderdagverblijf van de Vrije Universiteit Brussel ontwierp zij een reeks opblaasbare, niervormige sculpturen. Deze objecten zijn niet enkel vormelijk een signaal voor de passanten, het zijn ook gedroomde speeltuigen waar kinderen zich in kunnen nestelen. Ze kreeg deze opdracht dan ook terecht als winnares van de uitgeschreven wedstrijd.
De niervorm is iets wat zeer uitgesproken terugkeert in haar creaties, het is de vorm bij uitstek die verwijst naar het organische. Het is een vorm met kunsthistorische referenties, denken we maar aan Jean Arp, Joan Miró, Yves Tanguy, Salvador Dalí en andere surrealisten. Het is een vriendelijke vorm die ze soms in contrast plaatst met strenge, meer geometrische gegevens, al dan niet in een ander materiaal. Het is een speelse vorm, een vorm die we ook in de natuur terugvinden. Ze maakte ooit een serie niervormige en hanteerbare objecten als een soort multipel. Wanneer je het voorwerp manipuleert maakt het een blatend geluid, “de stem van de kunstenaar”, zegt ze niet zonder ironie.

Het werk van Nicoline van Stapele is intrigerend en van een soms ontroerende eenvoud, haar werk nodigt uit tot participatie, tot aanraken ook. Ik kan me best voorstellen dat de bezitter van één van haar verzamelingen al dan niet stiekem, al dan niet regelmatig, met die verzameling speelt en er mee creëert, er in elk geval bij wegdroomt en zijn of haar fantasie de vrije loop laat, en is dat nu net niet één van de mogelijke opdrachten van de kunstenaar?

Daan Rau
Gent, februari 2007