Marjolein Labeeû & Niels Ketelers & Sleppe @ Jan Colle Galerij

za 12.03 - zo 17.04.2016

website: www.jancollegalerij.be

Een Collage van Drie.

 

De drie eerste de besten samen nemen om een tentoonstelling te maken, behoort niet tot de regels van de job die men ‘curator’ noemt. Even reflecteren over dit eigenaardige jonge duo, Marjolein Labeeû en Niels Ketelers, samen met niet-streken-verlerende vos, Sleppe, komt dus neer op het zoeken naar een gemeenschappelijkheid. In de Jan Colle Galerij kan de reden ook niet zijn dat ze alle drie goed verkopen. Jan is nog van de zeldzame soort die van een filosofie vertrekt als grond voor zijn selectie. Zeg maar dat hij zelf wat kunstenaar is. De basis zou uiteraard ook een verschil kunnen zijn. Hopelijk. Maar dan nog moet dat verschil vergelijkbaar zijn wil het enige significantie vertonen. Appelen naast peren etaleren, deugt enkel op een fruitkraam.

Sleppe (°1953) was van bij zijn eerste tentoonstelling (1977) een revelatie. Samen met zijn vrouw Della waren zij vernieuwers van het medium ‘keramiek’. Potten bakken is hun ding niet. In tegenstelling tot hun leermeester, Carmen Dionyse, een internationale naam in de keramiekwereld, maken zij geen mystieke heidens-religieus aandoende statuetten, waarbij het gebakken-zijn de kleur bepaalt met hoogstens wat groen of purper in het glazuur. Sleppe en Della evoceren daarentegen een frivole wereld vol gekke toestanden in een wild coloriet. Wie goed kijkt ziet daarenboven een scherp maatschappij-kritische inslag, nagalm van mei ’68. In de schilderkunst zit men op dat ogenblik in volle ‘nieuwe figuratie’, zeg maar de Vlaamse versie van de pop-art. Een vorm van schilderkunst die Sleppe dan ook zelf beoefende.

Sinds een paar jaar heeft Sleppe zijn keramiekinstallatie van de hand gedaan. Gezond zijn ovendampen niet. Schilderen blijft hij. De gek houden met de wereld ook. Zo maakte hij een reeks Ikea-schilderijen. En inderdaad waarom niet? Deze meubelgigant zou beter de zwakke kwaliteit van zijn producten niet bevestigen door clichématige kitsch tableautjes aan te bieden die eerder ontsieren dan verfraaien. En het politieke kan Sleppe niet laten. Een reeks keukenkastachtige werkjes houdt een knipoog in naar de politiek doorgestoken kaarten van vandaag. Maar het is niet hier dat we een band gaan vinden met zijn twee jonge vrienden. Onze generatie is het lachen aan’t verleren, zonder het te kunnen laten weliswaar. De wijsheid zit nu bij de jeugd.

Er is een andere connectie. In zijn nog steeds flamboyante coloriet (dit is het grote verschil met Marjolein en Niels) zitten een aantal schilderkundige regels die wel aansluiten bij de esthetische principes van de twee anderen. Er zit in zijn huidige schilderijen een onzorgvuldig (weer een verschil) afgewogen spel van polariteiten. De gulden snede wordt er al eens verborgen in toegepast. Maar in een dergelijke ordening vindt god zijn katten niet terug. Volgens de oude dialectiek worden tegendelen tegenover delen geplaatst, doch steeds slecht gedeeltelijk, zodat de evenwichtsoefening haar geloofwaardigheid bewaart, zeg maar haar menselijkheid.

 

Niels Ketelers (°1985) en Marjolein Labeeû (°1982) zijn niet, zoals Sleppe, in Sint-Lucas Gent aan de deur gezet. Zij vonden er hun artistieke weg en elkaar. Deze grote geestesverwantschap tussen beiden resulteert toch in een groot verschil in het werk. Hier een geslachtelijke interpretatie aan te geven durf ik niet meer. Maar op fluisteren is nog steeds weinig controle mogelijk. Dus.

Niels verkiest dat ik weinig woorden gebruik over zijn werk, maar hij vergeet hoe moeilijk kort schrijven is. Nochtans slaagt hij er zelf in om dat minimalisme in zijn beeldend werk te realiseren en dat kan niet gemakkelijk zijn. Maar dat is snel vergeten als men het kan en hij kan het. Parmenides en Heraclitus brengt hij tot onrustige stilstand in zijn werk: worden en zijn, in één beeld gebracht. Daarvoor zoekt hij de losse grond. Zwart verlaat het wit niet en het witte wordt niet zwart. Grijze schaduwen zijn niet voor op atelier. Orde is verborgen chaos en chaos heeft haar eigen ritme. Het tweedimentionale verlangt naar een uitbreiding naar een derde (sculptuur, installatie), maar wil ook zichzelf blijven. Daarom houdt schilderkunst van de materie van haar eigen huid, die haar karakter toont, haar identiteit.

Ook Marjolein bevraagt de identiteit. Ze ziet deze niet als een ‘telos’, als iets waar naar toe gewerkt wordt, maar als een oorsprong en wat daar ooit uit voortgekomen is. Voorwaarde overigens opdat er toekomst zou zijn. De herinnering houdt haar bezig. Ook hier speelt de huid een rol, maar ze is leder geworden. Dit materiaal houdt het geheugen vast. En laat ook toe dat men erin krast. Om die abstracte werken beter te begrijpen, neemt men best een ouder werk in ogenschouw. Een duidelijk oertypische oude oma, verf op doek, met wazige blik, metafoor voor zowel de herinnering aan het verleden als voor de vraag naar de eigenheid van onze voorsprong, wordt deels met kruissteken overnaaid. Haar identiteit wordt aldus ingewikkeld, complex verpakt.

Marjolein en Niels hebben ook samen een video gemaakt: ‘Sound of See’. Een zeelandschap, samengesteld uit een verwikkeling van vijf locaties, laat een rustgevend klotsend op en neer geluid horen. Ontspannend bij het eten van zelf te pellen garnalen met een Rodenbach. De klank is echter opgenomen aan de oprit van een autosnelweg. Behalve dat het een mooi voorbeeld is van een van de strategieën van de conceptuele kunst, nl. ons bewust te maken van de mogelijke misleiding van de zintuigen, bevat het ook een ecologische boodschap. Dan toch een verwantschap met de maatschappij-kritische dimensie van Sleppe? Elke generatie heeft zo haar vorm van protest.

Willem Elias.

 

www.marjoleinlabeeu.be

www.nielsketelers.be