Lieven Lefere

Iepenstraat 16
9000 Gent
E:
T: 0032 474 759491

info

Simulacra in het kwadraat

De beelden van Lieven Lefere hebben iets bevreemdends. Wat ze tonen lijkt onecht, abstract, en zodoende volstrekt nutteloos: een aan het plafond hangend raamwerk in een voor de rest schijnbaar lege kamer, bijvoorbeeld; of een deels open houten constructie in een met zand gevulde kelderruimte; een helling met een serie stenen wegen die na enkele meters richting horizon prompt zijn afgesloten; een kasseien bosweg zo hobbelig dat elk voertuig er zich beslist op stuk rijdt; of gebouwen met hermetisch afgesloten ramen en deuren. En toch zijn de foto’s in wezen niets dan uitsneden uit de waarneembare werkelijkheid. De gefotografeerde plaatsen en objecten bestaan echt. Al moet genuanceerd worden: ze bestaan echt, maar zijn in zekere zin onecht. Wat de verschillende locaties en voorwerpen met elkaar verbindt is dat ze allen geconstrueerd zijn als simulaties van de werkelijkheid om op die werkelijkheid te kunnen oefenen. Daar waar wij een absurde nutteloosheid vermoedden, blijkt het tegendeel dus waar. Hun enige bestaansgrond is het menselijke zoeken naar een beter – lees: gecontroleerder – functioneren van de maatschappij. 

Eén van de te onderscheiden onderwerpen in de fotoreeks is het zogenaamde vuurhuis of oefengebouw voor brandweerlui. Donkere beelden tonen zwartgeblakerde façades en interieurs, slechts zichtbaar door het daar aanwezige diffuse licht. Ze zijn in kleur, hoewel ze haast zwart-wit lijken. Onder meer daar verschillen ze van de Incident-reeks (2008) van de Britse fotografe Sarah Pickering, met wie Lefere zijn fascinatie voor vuurhuizen – en de fotografische weergave ervan – deelt. Beide fotografen benadrukken het unheimliche karakter van deze plaatsen, maar gebruiken daartoe andere strategieën. Door de betonnen en stalen ruimtes van het British Fire Service College, gevuld met huishoudapparaten, meubelen en menselijke dummy’s, in zwart-wit af te beelden, dramatiseert Pickering de scènes. Het bijna “vuile” zwart-wit van de matte barietprint verleent haar beelden een duistere sfeer die herinnert aan politiefoto’s van misdaadplaatsen. De focus op bepaalde gebruiksvoorwerpen, zoals wasmachines, bureaustoelen of ladekasten, en zeker de opeengestapelde lijkenpoppen verhoogt bovendien het narratieve karakter van Pickerings werk. Daarmee vergeleken zijn de beelden van Lieven Lefere – zoveel mogelijk ontdaan van anekdotiek – bijna anti-emotioneel, levenloos. Hier leidt een doorgedreven abstractie naar bevreemding en verwarring over hetgeen men ziet. We bevinden ons in de akelige confrontatie met een ontzielde huiselijkheid. In het extreem “actieloze” verschillen zijn beelden trouwens ook grondig van Pickerings fotoreeks Fire Scene (2007), die in scène gezette brandhaarden als fictieve casestudy’s voor gerechtelijk onderzoekers verbeeldt.

Daar waar Pickering zich vooral toelegt op oefencentra voor brandweerlui, politiekorpsen en forensisch onderzoekers, verruimt Lefere zijn fotografisch onderzoek naar ruimtes voor wetenschappelijk experiment. Terwijl de vuurhuizen en andere oefencentra, zoals die waar men de kracht van water tracht te bezweren, eerder vanuit een conservatieve instelling zijn ontstaan (hoe behouden we ons bestaan?), interesseert de fotograaf zich hier vooral voor de aan de basis van de wetenschappelijke test liggende vooruitgangsgedachte. Extreem cleane beelden tonen in werking zijnde labo’s, die zich toeleggen op lichtwerking en hydraulica, of artefacten, die het residu vormen van wetenschappelijke proeven. Het frappante is dat die objecten – in Lefere’s fotografische weergave – opvallend veel gelijkenissen vertonen met tentoongestelde kunstwerken. Zo roept een in een akoestisch labo opgehangen scherm meteen het beeld van een canvas op, of wordt een lange glasplaat, tijdens een druktest in het midden gebarsten, een quasi modernistisch sculptuur. Een raamwerk met bewegingsdetectors doet dan weer denken aan een schildersezel. Net zoals in de foto’s van de vuurhuizen vormt ook hier leegte, en de daaruit voortvloeiende abstractie, zowel het stijlkenmerk als de methode om tot bevreemdende beelden te komen. De foto’s lijken te tonen dat zaken, hoe meer ze met de essentie van de wereld en ons bestaan bezig zijn (de werking van natuurkrachten bijvoorbeeld), hoe onherkenbaarder en irreëler ze ons voorkomen.

Abstrahering vormt ook de kernmethode van een reeks beelden van door de fotograaf zelf nagebouwde elementen uit de werkelijkheid. Integrity Protecting the Works of Man (2010), bijvoorbeeld, is een fotografisch beeld van een maquette van één van de polygone modules waarop de beursnoteringen in de New York Stock Exchange verschijnen. De vereenvoudigde weergave – door het isolement van één toren en het reduceren tot de essentiële vormen – contrasteert fel met het beeld dat wij van de beurs hebben als een zenuwachtig drukke plek die de wereldeconomie beheerst. Integrity Protecting the Works of Man is de titel van het reliëf dat op het fronton van de klassieke gevel van het New Yorkse beursgebouw prijkt en een symbolische voorstelling is van “de beurs als weerspiegeling van de nationale welstand”. Aan een “uitgeholde” voorstelling van de beurs zoals die op de foto dezelfde titel geven, is een onverbloemd ironisch-kritisch statement. We kijken plots naar een offeraltaar van de nationale, en internationale, welstand. De houten, “niet functionerende” maquette is een metafoor voor de mondiale economische crisis.

Eenzelfde strategie is te zien in een vroeger werk, getiteld General Assembly (2007), dat Lieven Lefere samen met Charles Verraest realiseerde. De scène is meteen herkenbaar als het spreekgestoelte van de Verenigde Naties. Maar het podium van de macht ligt er verlaten en vernield bij. Via een 1/1 reconstructie creëerden de kunstenaars een beeld dat staat voor het in hun ogen falen van de VN als forum voor een wereldwijde samenwerking op het vlak van economie, recht en veiligheid. De methode van een bestaande plek geabstraheerd na te bouwen en ze vervolgens te fotograferen doet onwillekeurig denken aan het werk van de Duitse fotograaf Thomas Demand. Een opmerkelijk verschil is echter dat Demand zich voor de bouw van zijn maquettes meestal beroept op foto’s die in de media zijn verschenen, terwijl de New Yorkse beurs en de VN net plaatsen zijn die niet vrij mogen gefotografeerd worden. Elke foto ervan die de wereld ingaat, is onderworpen aan een strenge controle. Integrity Protecting the Works of Man en General Assembly zijn geen documentaire foto’s, maar fotografische “verwijsbeelden”, die misschien wel de zeggingskracht van de foto als document overstijgen. Ze refereren immers aan bekende beelden, maar vooral aan de beelden die niet gemaakt kunnen worden.

Fotografie is in zeker zin steeds slechts een beperkte, artificiële kopie van de werkelijkheid, een “simulacrum”. De beelden van Lieven Lefere stellen dit mechanisme in het licht door representaties van representaties van de werkelijkheid, oftewel “simulacra in het kwadraat”, te zijn. Via deze aperte ontmaskering van het medium wordt de vraag naar het “ware beeld” geëxpliciteerd. Het is in de abstraherende reconstructie van de reconstructie, in het documenteren van de simulatie, dat de fotograaf de sleutel vindt om latente zaken, zoals het in alle maatschappelijke geledingen aanwezige controleapparaat, zichtbaar te maken.

 

Liesbeth Decan

Brussel, oktober 2012