Cecilia Jaime

Kraanlei 55
9000 Gent
België
W: www.ceciliajaime.com
E:
T: 0476 64 55 57

info

Cecilia Jaime is, zoals wellicht iedereen weet, van Argentinië afkomstig, maar woont en werkt sinds 1989 in Gent. Deze twee elementen zijn niet onbelangrijk.
Zij belichaamt op een geheel eigen wijze de Latijns-Amerikaanse diaspora.
Zij geeft op indringende wijze gestalte aan haar in wezen dubbele identiteit. Enerzijds is er de herinnering aan en de nostalgie naar het thuisland, waardoor heel typische thema’s, zoals dans, tango en zelfs Indiaanse symbolen in een heel expressieve dimensie voor het voetlicht treden. Anderzijds is er het scherpe bewustzijn van de vorm, een nieuwe figuratie, die zij deelt met enkele belangrijke exponenten in de hedendaagse Vlaamse schilderkunst. Meer dan een in-between tussen twee culturen is Cecilia vooral zichzelf gebleven: een unieke combinatie van beweging en verstilling, van expressie en uitgezuiverde vorm, waardoor sommige beelden bijna het verdwijnpunt bereiken, op sublieme wijze een schaduw worden van zichzelf.

Een belangrijk aspect van haar kunst is de kunst van het tekenen. Soms bestaan haar doeken enkel bij de gratie van de tekening, de tekening die tijdens het scheppen haar plastische autonomie verwerft en niets anders meer behoeft, die geen kleuren meer behoeft, zichzelf genoegzaam is, heel vaak hierdoor de beweging zuiverder kan vatten. Heel vaak gaat het hier om dansbewegingen, vaak in zwart-wit en acrylverf, tekeningen die eigenlijk tot schilderij zijn geworden of schilderijen die eigenlijk in wezen tekening zijn. De vaak onvatbare, ongrijpbare, voortvluchtige dansbeweging is een leidmotief in Cecilia’s werk, het is bijna haar handelsmerk, iets waarin zij echt wel een grootmeester(es) is.

De tekening ontstaat op het ogenblik zelf, snel, vanuit een grote emotionele en fysieke betrokkenheid. Het is een vorm van picturaal dansen, intuïtief, vanuit het lichaam en het onderbewuste, uitmondend in een soort van ogenblikkelijke droomgestalte die tijdens het tekenen zelf ontstaat. Of zoals Cecilia het zelf ooit eens heeft gezegd: ‘Meestal heb ik op voorhand wel een compositie in gedachten (…). Wanneer ik op doek of plastic werk, moet ik echter vlug werken, ik beweeg met mijn hele lichaam’. Door deze manier van werken slaagt Cecilia erin om als geen ander de beweging op het doek of het plastic vast te leggen, tegelijk intensief en vluchtig, tegelijk aanwezig en afwezig (want al voorbij): het is alsof de beweging nog tijdens het kijken gebeurt. Een sprong in de lucht, een danspas, het ineenkrimpen van de danser of zijn uitbundige uitzwaai, steeds is het of de beweging naijlt in en op het netvlies van de kijker. Dit is geen weergave van de beweging, maar de kortstondige belichaming ervan, waardoor juist de ongrijpbaarheid en het verdwijnpunt op een vreemde wijze aanwezig blijven.

De kunst van het tekenen heeft Cecilia in belangrijke mate meegekregen door haar opleiding. De kunstfaculteit van de Nationale Universiteit van Tucumán was inderdaad in Argentinië vooral bekend voor de tekenopleiding met docenten als Lino Spilimbergo en kunstenaars als Carlos Alonso . Het eerste jaar was geheel aan het tekenen gewijd, 4 uur per dag, 5 dagen per week, onder leiding van bekende tekendocenten. Maar tijdens haar vijfjarige opleiding lag het accent meer en meer op de schilderkunst, waarbij Cecilia les kreeg van belangrijke docenten als Exequiel Linares, Tuky Holgado en Enrique Guiot, die vaak als politieke vluchteling uit Spanje en Mexico waren teruggekeerd. Uiteindelijk in 1987 behaalde Cecilia een Licentiaat in Plastische Kunsten. Specialiteit Schilderkunst.

Cecilia is ook onderdeel van de Argentijnse kunstgeschiedenis. Haar laatste docent aan de Faculteit was de bekende architect en beeldend kunstenaar Marcos Figueroa, een markante figuur in de Argentijnse kunstwereld, die haar ook in contact bracht met de Westerse avant-garde, de omgevingskunst, nieuwe materialen, installatiekunst, altijd met een sociale inslag. Samen met Figueroa en Geli Gonzáles richtte Cecilia in 1987 de groep Surco (voren/sporen, snede van de ploeg in een akker) op. Dit leidde tot vrije openlucht projecten (arte férreo) in de Valles Calchaquíes, een oorspronkelijke locatie van Indiaanse culturen in Tucumán waar de groep op rotsen en bergflanken unheimliche, bijna mythische sculpturen creëerden! Het was voor Cecilia een geweldige tijd: het nieuwe democratische klimaat na de dictatuur (1982), de intellectuele discussies, het toenemende contact met het buitenland. Een jaar na de oprichting van Surco kreeg zij de prestigieuze beurs van De Nationaal Fonds voor Kunsten, die haar toeliet om tijdens een jaar in Buenos Aires te specialiseren. Begin 1988, vóór haar verblijf in Bs As, reisde ze 2 maanden door Europa,en daar ging voor haar naar eigen zeggen een wereld open. Dit werd voor haar een enorme verrijkende ervaring. 1988 is de specialisatie jaar onder begeleiding van de kunstenaar Jorge Demirjian .Einde 1989 ,vestigde ze zich al definitief in Gent.

Een tweede belangrijke aspect van haar kunstenaarschap is de schilderkunst. In dit meer uitgewerkte, schilderkunstige werk, staan de picturale verbeelding, uitbeelding of weergave centraal, waarin niet langer de afwezigheid van kleur maar integendeel een levendig kleurenpalet opvalt. Dit kleurenpalet is niet zelden in verband gebracht met het ‘Latijns-Amerikaanse’ cliché van een exotische, kleurrijke, passionele en zelfs folkloristische penseelvoering. Maar hierbij wordt ten onrechte vergeten hoezeer Cecilia ook door de Westerse, met name ook Vlaamse schilderkunst, is beïnvloed. Ik citeer Cecilia: ‘In het begin hier in België verdween het figuratieve uit mijn werk, plotseling ontstonden er symbolen, abstracte lyrische werken. Ik was geshockeerd door de “bevrijde” nieuwe sociale en culturele realiteit en “kanaliseerde” mijn verwarring en emoties via deze vormgeving. Misschien zocht ik naar een antwoord op de vraag waar ik vandaan kom. Een typische vraag voor iemand die zijn land verlaat’.

Toch keerde Cecilia langzamerhand terug naar de figuratie, een nieuwe figuratie, die soms traditioneel en klassiek aandoet, maar desalniettemin het resultaat is van een langzaam transformatieproces. In onderscheid met de geschilderde tekeningen zijn de schilderijen een werk van lange adem. Niet zelden neemt het vaak monumentale schilderij weken en zelfs maanden in beslag. En toch is er een nauwe band met het tekenen: ook het schilderij ontstaat steeds opnieuw op het ogenblik zelf, ‘on the spur of the moment’, in die mate zelfs dat het schilderij soms duizend keren wordt veranderd, bijgeschaafd, overschilderd. Het uitgangspunt is altijd een scène uit de dagelijkse realiteit, zoals blijkt uit het schilderij van een marktplaats in Tucumán of twee vissersjongens die in Normandië uitkijken over de zee. Maar tijdens het schilderen wordt de realiteit getransformeerd, getransfigureerd, zodat ook hier het soms maandenlange proces navoelbaar is.

Cecilia Jaime is geen schilderes die met concepten, dure woorden of imponerende theorieën uitpakt. Zij solliciteert de kunstwereld niet met verleidelijke of ophefmakende statements. Hierdoor is zij wellicht minder gewaardeerd dan het zou moeten. Toch is haar kunst ingebed in een heel eigen denken. Haar bijzonder rijke thematiek, haar dubbele Argentino-belgische bewustzijn steunt namelijk op een ‘visueel denken’. Cecilia is iemand die niet over schilderijen spreekt, maar ‘in schilderijen denkt’. Dit ‘visuele denken’ is niet bewust, maar veronderstelt een openheid voor de materialiteit van het doek. Dit is geen bewust proces, zoals ooit eens bleek uit een vertraagde opname van de wijze waarop Matisse schildert. Deze vertraagde opname was ook voor Matisse een openbaring. Hieruit bleek namelijk dat Matisse allerlei handbewegingen uitprobeerde, dat zijn handen als het ware dansten voor het doek, aarzelden om tenslotte de juiste penseelstreek aan te brengen. Matisse deed wat het doek vroeg zonder te weten hoe hij het precies deed. Het zijn deze geheime codes die bepalen hoe diepte, kleur, vorm, lijn, beweging, omtrek en fysionomie in het schilderen gestalte krijgen. Het is deze ‘geheime schilderswetenschap’, waarover reeds Da Vinci sprak, waarvan Cecilia een erfgename is. Ook zij danst –en ik zou zeggen- denkt met het penseel.

Openingstoespraak 1 april 2007-Zebrastraat Gent
Kunstfilosoof Prof. Antoon van den Braembussche

Lindenlei